Privé

Wat te doen bij een stroompanne? In 4 stappen naar een oplossing

Een stroomstoring komt altijd ongelegen. En je bent er meestal niet op voorbereid. Snel op zoek naar een zaklamp of een stel kaarsen, maar in het donker is dat niet eenvoudig. Met deze handige tips brengen we licht in de duisternis en is het euvel snel weer opgelost.

Stel je voor: je zit ’s avonds gezellig voor de televisie, je favoriete programma is net begonnen, de lichten half gedimd, als plots… pats! Niets meer. De tv is uitgevallen, de kamer is donker: een stroompanne. Je gaat snel op zoek naar een zaklamp en een stel kaarsen. En dan? Waar staat die zekeringenkast nu ook alweer? En wat controleer je best eerst?

Oorzaken van stroomstoringen

Een elektriciteitsstoring kan verschillende oorzaken hebben. Het is mogelijk dat er kortsluiting ontstaat door een defect apparaat, er kan iets mislopen in de elektriciteitskast of het kan een algemeen probleem op het elektriciteitsnet zijn. Volgens cijfers van Elia krijgt elke klant gemiddeld te maken met één globale stroompanne per 10 jaar. De gemiddelde duur van de onderbrekingen op het net bedraagt 26 minuten. Maar de meeste stroompannes in huis hebben te maken met een probleem in de woning zelf.

Als de maximale spanning van een kring wordt overschreden, kunnen er problemen ontstaan in de elektriciteitskast. Door de vermogens van verschillende apparaten en installaties goed te verdelen over de verschillende kringen, kan je al heel wat stroomstoringen vermijden.

STAP 1: Storing op het net of bij jou thuis?

Krijg je te maken met een stroompanne? Controleer altijd eerst of het een algemeen probleem is of een probleem in jouw eigen elektriciteitsinstallatie. Hebben de buren ook geen stroom meer en zit de hele straat zonder verlichting? Dan is er een probleem met het distributienet. Neem in dat geval contact op met jouw netbeheerder. Hieronder vind je enkele tips om het probleem zelf op te sporen en op te lossen.

Waarschuwing: Neem geen risico bij elektriciteitspannes en zoek de oorzaak altijd goed uit. Bij twijfel of ernstige problemen, schakel je best een erkend installateur in.

STAP 2: Controleer de zekeringen/automaten

Jouw elektriciteitsinstallatie is beschermd met stroomonderbrekers, ook wel zekeringen genoemd. Deze schakelen de stroomkring af van zodra er te veel stroom wordt gevraagd door een gelijktijdig gebruik van te veel apparaten, een kapot apparaat of een defect in de installatie.

Heb je een oude installatie? Dan gebruikt ze misschien nog smeltzekeringen om overbelasting van een stroomkring tegen te gaan. Een smeltzekering bevat een metalen draad die smelt als er stroom doorgaat die boven een bepaalde waarde uitkomt. Een gesmolten zekering is eenvoudig te herkennen. Los het probleem in de installatie op en vervang deze zekering door een nieuwe.

Tegenwoordig gebruiken installateurs automaten die afslaan bij overbelasting. Als het probleem in de installatie hersteld is, kan je deze gewoon weer inschakelen. Je hoeft ze dus niet te vervangen.

Je vindt de automaten in de zekeringenkast. Een ingeschakelde automaat herken je aan een rood vlakje, een ‘1’ of ‘ON’. Bij een uitgeschakelde automaat is het vlak groen of zie je een ‘0’ of ‘OFF’.

Als er na het vervangen of weer aanschakelen van de zekering opnieuw een elektriciteitsstoring optreedt, ga je best op zoek naar de oorzaak.

Als je geen probleem met de zekeringen vaststelt, ga dan naar STAP 4.

STAP 3: Welk apparaat zorgt voor de storing?

Om te achterhalen welk apparaat de storing veroorzaakt, ga je als volgt te werk:

  • Laat de stroomonderbreker (automaat/smeltzekering) uitgeschakeld.
  • Ga op je elektriciteitsplan na welke stopcontacten, schakelaars en andere installaties op de betreffende zekering zijn aangesloten.
  • Zet alle aangesloten apparaten en installaties uit en trek de stekker van elk apparaat uit het stopcontact.
  • Schakel de automaat weer aan of vervang de smeltzekering.
  • Schakel aangesloten lichtkringen één voor één aan.
  • Steek nu één voor één alle apparaten opnieuw in het stopcontact en schakel ze aan.
  • Van zodra je merkt dat de elektriciteit opnieuw uitvalt, heb je de boosdoener waarschijnlijk gevonden. Verwijder dit apparaat uit de kring en controleer het op defecten.
  • Schakel de automaat weer aan of vervang de smeltzekering.
  • Steek de overige apparaten weer in het stopcontact.

Als je het probleem op deze manier niet kan detecteren, schakel je best een erkend elektricien in.

STAP 4: Controleer de aardlekschakelaar

De nieuwere installaties (na 1981) zijn voorzien van differentieelschakelaars of aardlekschakelaars. Normaal gesproken is er één algemene differentieelschakelaar en één voor het circuit van de badkamer. Een differentieelschakelaar schakelt automatisch af bij een isolatieprobleem in de installatie of in een apparaat. We spreken in dit geval over een lekstroom, of een stroom die via een andere manier de installatie verlaat dan dat verwacht mag worden.

Zijn alle automaten nog ingeschakeld of alle smeltzekeringen nog intact, maar zit je toch zonder stroom? Dan ligt het probleem waarschijnlijk niet bij de zekeringen. Controleer in dat geval de aardlekschakelaar. Is deze uitgeschakeld? Probeer deze dan opnieuw aan te schakelen. Als de aardlekschakelaar onmiddellijk weer uitschakelt, neemt je best contact op met een erkend installateur.

Er kan in jouw installatie en daarbuiten van alles stuk gaan met een mogelijke stroomstoring tot gevolg. Een defecte aardlekschakelaar door een losgeraakte draad of een doorgebrande lasverbinding zijn veel voorkomende storingsproblemen. Bij deze problemen kan je zelf niets doen. Haal er dus een vakman bij.



Ga naar www.luminus.be