Wat kost het om je elektrische auto op te laden?

Een van de grote voordelen aan elektrisch rijden is dat ‘tanken’ goedkoper wordt. Elektriciteit is (zeker thuis) namelijk goedkoper dan benzine of diesel. Wie een elektrische wagen met zonnedak heeft of zelf energie opwekt met zonnepanelen kan op die manier zo goed als gratis ‘tanken’. Wie (extra) elektriciteit van het net af haalt, betaalt hier uiteraard ook voor. Wij zetten de 4 verschillende laadopties op een rij. Wat is de goedkoopste? En waar moet je op letten?

1. Publieke laadpalen

Wanneer je een publieke of openbare laadpaal gebruikt, heb je een laadpas nodig. Je betaalt dan het tarief dat daar staat aangegeven, en de kosten die de laadpasleverancier aanrekent. Een publieke laadpaal is sowieso duurder, aangezien je ook betaalt voor het gebruik en onderhoud van de infrastructuur. 

Ontdek de Luminus laadpas

Laadkosten kunnen verschillen per laadpunt en per locatie. Er is ook een verschil tussen gewone en snelle laadpalen. Voor die laatste moet je minder laadtijd uittrekken, maar dat vertaalt zich uiteraard ook in een hogere kostprijs.

De VAB nam de proef op de som en vergeleek verschillende laadpunten met elkaar. Ze deden dat met de Nissan Leaf, die 18 kWh nodig heeft voor 100 kilometer. Aan een gewone publieke laadpaal van 16A betaalden zij 6,3 euro voor 18 kWh, tegenover 11,7 euro voor 18 kWh bij een snelle publieke laadpaal.

Dat komt neer op 0,35 euro per kWh voor een gewone laadpaal en 0,65 euro voor een snelle laadpaal. Bovendien was de laadtijd ook veel langer dan hij in theorie zou mogen zijn. Wij raden dan ook aan om publieke laadpalen enkel te gebruiken als noodoplossing of wanneer je bijvoorbeeld op reis gaat. Je wagen thuis of op het werk opladen is immers veel goedkoper.

2. Een privé-laadpaal

Met een eigen laadpunt betaal je (als je laadpunt ingesteld staat op gratis laden) enkel de verbruikte stroom. Dat gebeurt via je elektriciteitsfactuur, dus de kosten zijn afhankelijk van de stroomprijs. 

De VAB deed de test met het goedkoopste nachttarief van 0,19 euro per kWh. Met een laadpaal van 32A komt dat neer op 3,42 euro voor 18 kWh. Bijna de helft goedkoper dan via een publieke laadpaal dus.

3. Een laadpaal op het werk

Laden op het werk is aanzienlijk goedkoper dan via een publieke laadpaal, maar ook dan een laadpaal bij je thuis. Bedrijven kunnen vaak goedkopere elektriciteitstarieven afspreken en daar doe jij ook je voordeel mee.

Ook hier deed de VAB de test. Net als bij de gewone publieke laadpaal ging het om een stroomsterkte van 16A. Het theoretische laadvermogen en de theoretische laadtijd konden hier wel min of meer worden nagekomen. Ook de kostprijs lag met 1,98 euro voor 18 kWh veel lager dan bij een publieke laadpaal. 

Dit komt neer op 0,11 euro per kWh. Voor wie zijn elektrische wagen kan opladen op het werk ligt de prijs dus aanzienlijk lager dan die van benzine of diesel.

Conclusie?

Je wagen elektrisch opladen is heel wat goedkoper dan tanken, maar enkel wanneer dat thuis of op het werk kan gebeuren. Wanneer je het gemiddelde berekent van zowel het laden thuis als op het werk als via een publieke laadpaal, kom je op 0,23 euro per kWh. Dit komt neer op 0,41 euro per kilometer. 

Goedkoper rijden met een benzine- of dieselwagen kan bijna niet. Voor iemand die 25.000 kilometer per jaar rijdt, kom je met de huidige elektriciteits- en brandstofprijzen op de volgende vergelijking:

  • Oplaadkosten: 85,42 euro per maand
  • Benzinekosten: 216,67 euro per maand
  • Dieselkosten: 131,25 euro per maand

Bovendien wordt elektrisch rijden pas echt interessant in combinatie met een eigen laadpaal en zonnepanelen. Op die manier wek je je eigen energie op en die betaal je natuurlijk niet. Zo kan je een hogere elektriciteitsfactuur vermijden of je laadkosten zelfs tot nul reduceren als je overdag je auto kan opladen. In dit artikel lees je er meer over.

Ook interessant voor jou